Up and down the rollercoaster.
Mijn hele lichaam is gespannen van de stress.
En dit allemaal voor een… vakantiejob.
Yes way! I’m not kidding.
Maar toch gaat het wel een beetje goed. Nu ik het werk gewoon word en de zon zich zo nu en dan eens vertoont. Nu ik niet meer helemaal eenzaam ben en de enige sterfelijke persoon op aarde meen te zijn.
Het is moeilijk alleen te zijn.
En ik ben vaak alleen.
In mijn hoofd ben ik bijna altijd alleen.
En eenzaam.
Het is een constante aanhoudende monoloog. Eentje die in al zijn eenzaamheid lijkt te schreeuwen naar eender wie het horen wil.
Maar ik kan dit wel.
IK… wie dat dan ook mag zijn. Ik weet dat IK sterk genoeg ben. Of dat denk ik toch. Nee dat hoop ik toch. Met heel mijn hart en ziel.
Ik kan niet veel schrijven.
Ik heb een hele dag gewerkt en ben kapot.
En heel erg vatbaar.
Als ik moe ben dan lijkt de wereld nog eens paar miljoen kilo extra te wegen.
En mijn schouders doen al zo’n pijn.
Wat doe ik toch allemaal?!
Soms ben ik toch niet helemaal mee met mezelf hoor.
Dan kan ik mijn spiegelbeeld aanstaren alsof we elkaar nog nooit eerder ontmoet hebben. First time, all over again.
Ik kan zo’n impulsieve beslissingen nemen. Terwijl ik het zelf niet eens door heb. Denkende dat ik ze nog allemaal op een rijtje heb. Ach ja.
Ik moet ooit toch de stap zetten om alleen te gaan wonen… Waarom dan niet ineens vandaag?
…
Hmm…
…
Daarom niet?
Een simpele ‘daarom’ is soms voldoende. Het moet niet altijd allemaal nodeloos gecompliceerd zijn. Kort en krachtig.
Waarom, daarom.
Soms heb ik hopeloos spijt van wat ik dan zo plots -ondoordacht als ik ben…-uitsteek.
Maar, langs de andere kant, ik denk al zoveel na. Over ALLES. Mijn impulsieve momentjes zijn een pure noodzaak om het met mezelf te kunnen uithouden. Een luchtige toets in mijn ‘zotgedraaide’ hoofd, leven.
Ik heb mezelf beloofd niet alleen de positieve dingen neer te schrijven. Dat is niet altijd even gemakkelijk. Ik weet dat er mensen zijn die dit lezen. Mensen die ik graag zie. Ik haat het om iemand teleur te stellen. Ik wil niemand pijn doen. Maar toch kan ik niet enkel juichen en liedjes zingen en lachen. Dan verliest deze blog zijn doel, zijn nut.
En niets is het waard om te bestaan zonder doel, zonder nut.
Dat zou een marteling des leven zijn.
Een marteling.
Het treft je in het hart.
Wanneer je niemand hebt.
Geen gil, geen gefluister.
Enkel niets.
Willen ze me bang maken? Is dat dan misschien de bedoeling?
Is het opgezet spel?
Laat me alleen.
Laat me in de steek.
Dan nog leer ik het niet.
Want niemand leert het me.
Als je me niet kan helpen, zeg het dan gewoon!
Het kruipt door mijn lijf. Het grote zwarte monster.
Ik verlies soms controle over mijn handen, mijn armen.
Ze kunnen trillen alsof ik bezeten ben.
Ik ween zonder het te willen.
Misschien moet ik het wel gewoon op mij pakken.
Al verberg ik me in de menigte, toch hebben ze mij gekozen.
Om al jullie onwetendheid te dragen.
Om mezelf te verliezen.
Wie ben ik nog als er over mij beslist wordt?
Wordt elke stap in mijn leven gedirigeerd?
Wordt elke gedachte in mijn hoofd bepaald?
Ik kan niet ontsnappen.
Ik zit vast in mezelf.
Ik moet niet te hard zijn voor mezelf.
Als ik mezelf ruimte geef is alles goed. Ik moet de grenzen aftasten. Maar ik kom er wel. Ik ben alles. De engel én de duivel. Mezelf en iemand anders. 2 in 1.
Niemand komt zomaar ongecompliceerd overeen met iemand anders. Dus geef ik mezelf tijd. En ruimte.
Vandaag begint een goeie dag te worden.
Ik moet niet altijd alleen zijn. Ik moet gewoon een uitweg hebben voor als het nodig is. Nu kan ik de stilte weer appreciëren. Vind ik mezelf voldoende voor gesprek. Voor een lach. Ik kan me perfect niet vervelen. Maar niet altijd. Soms is alles te groot. En te donker. Het grote zwarte monster.
Maar nu is er licht. Een zonnestraal. Als ik mijn lat niet té hoog leg. De druk niet té zwaar maak. Mezelf een kans geef.
Iedereen verdient een tweede kans. Of een honderdduizendste.
Maar hoe red je het als je géén kans krijgt?
Dat kan niemand af.
Dus ik geef mezelf een kans.
Ik geef mezelf honderdduizend kansen.
En dan ben ik zeker dat ik niet teleurstel.
Lees ik wilde verhalen en prachtige sprookjes.
Woorden die door mijn hoofd tuimelen.
Zinnen die me niet meer los laten.
Ik wou dat ik mezelf kon schrijven. Dan was ik voor eeuwig een verhaal.
Misschien doe ik dat wel.
Dan kan ik mezelf eindeloos herschrijven.
Is dit dan wat ik wil? Is dit dan wat me gelukkig gaat maken? Is dit wie ik wil zijn?
Misschien.
Ik weet zelfs niet meer wat ik moet schrijven. Of denken.
Is er dan niemand die mij een duwtje in de rug kan geven?
De hele wereld komt onverbiddelijk op me af en ik sta helemaal alleen.
Ik wil roepen om mijn mama en in haar armen schuilen.
Ik wil steunen op de sterke schouders van mijn papa.
Ik wil mijn broer die me doet lachen en me het gevoel geeft dat alles helemaal in orde komt.
Ik wil de hond op mijn schoot die mijn zoute tranen weg likt.
Iedereen wil maar dat ik groot word. Opgroei. Verantwoordelijkheid neem. Op m’n eigen benen sta.
Ik mag geen kind meer zijn. Ik mag niet zorgeloos rondhuppelen al mis ik dat al jaren. Ik moet weer van alles van iedereen al zegt iedereen dat ik helemaal niets moet. Nu weet ik niet meer wat mag en wat niet mag. Wat moet en niet moet.
Ik schommel van huilen naar lachen. Heel de tijd.
Maar zijn dit dan de normale gevoelens?
Want dan moet ik wel even wennen.
Ook al is het al snotterend en snikkend, ik zit al heel de avond alleen. Dus dat doe ik dan toch goed, niet?
Zoals mijn pianoleraar het zo mooi verwoordde enkele dagen geleden
“my little Norah is growing up”.
But right now little Norah is going to cry herself to sleep. Without mum, without a kiss goodnight.
And you ALWAYS have to kiss goodnight.
Ik ben in de war.
Nu ik zo ‘alleen woon’ denk ik over veel dingen plots anders. Zoals het studeren. Mijn eeuwige struikelblok.
Nu wil ik studeren. Heel graag zelfs. Ik wil gewoon meekunnen. Zoals alle anderen.
Het klinkt heel mooi. Geen school, geen werk, een beetje genieten van de zon, bezinning… Maar in feite is het een dieptepunt. Waarbij ik hoop dat het alleen maar beter zal worden.
Vandaag is geen goede dag. Ik weet niet waarom, het zit gewoon niet mee. Ik hoopte dat bloggen me rustiger zou maken. Dat hoop ik altijd. Vaak doet het dat ook. Maar nu… Ik weet het niet.
Ach, laat ook al maar. Ik verwacht te veel, te snel. Met mijn ontslag uit het ziekenhuis dacht ik dat alles plots veel beter zou gaan. Maar dat doet het niet. Niet nu ik hier midden in de nacht eenzaam en alleen op m’n kamertje zit te wenen voor alles en niets.
Niet nu ik naar huis zou willen rennen om er niet alleen voor te staan. Voor een knuffel. En een beetje liefde.
Niet nu.
Maar wanneer dan wel?
Met de zon erbij wordt alles zoveel mooier en leuker.
Zo ook het leven in Antwerpen City.
Maar dat komt niet alleen door de zon denk ik.
Ik kan hier best wennen. Ik vind alleen zijn helemaal niet zo erg.
Een beetje rust.
Een beetje stilte.
Hoe meer ruimte ik mijn gedachten geef hoe rustiger ze zijn.
Opmerkelijk.
Ik ben altijd heel bang geweest voor de stilte en de ruimte. Bang om alleen te zijn. Maar vandaag was een super goede dag! Met een boek in de zon en maar verbranden.
Ik slaap goed.
Heb zin om in m’n bed te kruipen in deze leuke lichte kamer. Zelfs als er helemaal niemand in de buurt is.
Gisterenavond was ik alleen. Geen huisgenootje.
Ik heb zeker mensen om me heen nodig. Maar dan liefst op een kleine afstand. Ademruimte.
Het is alsof ik opnieuw diep kan ademhalen.
En wat doet dat goed!
Hier zit ik dan.
Op ‘mijn’ nieuwe appartementje.
Dat helemaal niet van mij is maar nu toch zo een beetje aanvoelt.
Moeilijke stappen die ik zet.
Veel energie dat het vraagt.
En dan al die vragen. In mijn hoofd.
Doe ik er goed aan? Neem ik de juiste beslissing? Ben ik niet te overhaast?
Wie ben ik?
Toch wat traantjes gelaten.
En zo zullen er nog wel volgen.
Maar ik ben goed bezig, toch?
Ik ben een sterke griet, toch?
En ik ben wie ik ben en dat is OK,
Toch?
EINDELIJK!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!
IK MAG NAAR HUIS!!!!!!!!!!
Gisteren bij de dokter geweest. Maandag mag ik naar huis!
Zo blij!
Nu is de bal aan het rollen, staat mijn wereld niet meer stil.
Vanaf maandag trek ik voor een tijdje in bij een *topgriet* die me wil binnenlaten.
Zo gaat ie pas écht goed.
Alleen wonen…
Ik zal te weten komen wat het nu echt inhoudt. Wat er zo leuk aan is. Wat er te haten valt.
Ik kan eindelijk de draad -weer?- oppikken. Maar ik denk dat ik aan een nieuw bolletje wol begin. Een nieuwe draad. Een nieuw leven.
Spannend weliswaar. Maar spannend kan ik aan. Ik heb kriebels in mijn buik van de zenuwen soms. Het is en blijft een grote stap. Maar het zijn goede zenuwen. Zenuwen die me blij maken, die me meer moed geven. En hoop. Heel veel hoop.
Overpeinzingen tussen 5 en 6 in de ochtend. Met een snurkende S. naast me.
Mijn nachtrust is lichtelijk verstoord geraakt.
Ik snap de bange ogen en afwachtende houdingen wel. Zoals ik al zei; het is en blijft een grote stap. Maar ik wil ze geruststellen. Zeggen dat ik dit ook zal aankunnen. Omdat ik nu weer in mezelf geloof.
Dus doe gerust met me mee. Take a leap of faith. Vertrouw me maar. Jullie hebben altijd tegen mij gezegd ‘Alles komt wel goed’. Weet je nog hoe ik je nooit wilde geloven?
Nu is het mijn beurt om te troosten. Nu is het mijn beurt om te zeggen ‘alles komt wel goed’. En nu is het aan jullie om mij te geloven.
Op 20 jaar gaat mijn leven eindelijk beginnen.
En ik ben er helemaal klaar voor!
kusjes en knuffels voor iedereen.
Mijn kortste post tot nog toe kreeg het meeste reactie.
Bedankt daarvoor
Vandaag was weer een bewogen dag. Een positieve dag, dat wel! Maar nu ik mij terug in het land der zotten bevind en een beetje doelloos door de gangen rondbol in een gestolen rondstoel die daar stond en niet gebruikt werd waarvoor ie gemaakt is. Ik gaf hem even de voldoening van een ritje.
Maar dus, een bewogen dag (we gaan niet teveel afdwalen aangezien het hier te klein is voor verstandelijke tripjes).
Het alleen wonen krijgt meer en meer vorm. Nog niet iedereen is op de hoogte, maar nu dan misschien wel.
Vandaag een wondermooie plaats gezien die met een klein beetje geluk – oh, laat het alsjeblief eens een keertje meezitten- binnenkort mijn nieuwe thuis zal worden. Een nieuw begin, een eigen leven. En wat ga ik mijn best doen om er hét leven van te maken dat ik zo graag wil! Eentje waarin ik gelukkig ben. Gewoon gelukkig.
Er bestaat niet zoiets als ‘gewoon’ gelukkig maar mijn weg naar het geluk is ook niet gewoon dus laten we zeggen dat als alles ‘gewoon’ is, mijn geluk automatisch zal volgen.
Het zou wel eens mogen meezitten.
Dat vind ik er van!
Ik heb de puzzelstukken maar ze zouden zo mooi in elkaar moeten passen.
Zomaar.
Omdat ik daar nu eens heel veel zin in heb.
Ondertussen even de dagelijkse roddel doorgegeven.
L is verliefd op A, maar A -zo wordt gezegd- zou het dan weer meer zien zitten met R.
De hormonen des marginalen vieren hoog tij.
Enfin.
Ik wil hier weg.
Nu.
Nu.
Nu.
Nu.
…
Ik wil hier weg.
Zo gaat ie goed.
Good things come to those who wait.
(En ondertussen een dozijn pillen en therapieën slikt).
Ik zal vechten voor mezelf. Vechten om zelf de touwtjes in handen te mogen houden. Omdat ik dat nu eenmaal kan. Omdat ik dat nu eenmaal verschuldigd ben aan mezelf.
En omdat ik goed bezig ben!
Zucht.
Het gaat al ietsje beter (zeg ik héél voorzichtig).
Ik voel verandering. Soms weet ik nog niet goed welke richting het allemaal uitgaat maar er is iets veranderd, anders.
Er is veel vertrouwen in mij verloren gegaan. Niet enkel van mezelf.
Als ik zeg dat het goed gaat betekent dat niets meer. Ik heb me te vaak anders voorgedaan dan ik was en nu zijn mijn woorden waardeloos. Het is al te vaak terug slecht gegaan nadat het ‘goed’ ging. Al zo vaak dat niemand nog gelooft dat het misschien wel eens écht zo zou kunnen zijn. Geloof ik het nog?
Ik moet wel. Want anders gelooft er niemand nog in mij.
Ik dacht dat ik alles wist.
Maar ik ben alle controle kwijt.
En is dat dan zo slecht?
Ik zal ze wel weer in handen nemen voor zover ik dat wil en wanneer ik dat wil. Want het gaat hier nog altijd om mijn eigenste ‘ik’.
En hoe iedereen ook probeert me al dan niet te begrijpen… IK ben hier. Jullie niet. IK moet dit doen. IK sta er soms helemaal alleen voor.
Dus dan kan je het me niet kwalijk nemen dat IK de enigste persoon ben waarop ik kan steunen, waarbij ik ga uithuilen, waar ik me veilig bij voel, die er is voor mij. Dag en nacht. 24 uur op 24, 7 dagen op 7.
IK
Dus het spijt me als ik soms roekeloos ben.
Het spijt me als ik me soms verberg achter een lach.
Het spijt me dat jullie me niet begrijpen.
Het spijt me voor zowat alles.
Maar het spijt me niét dat ik mijn leven eindelijk in mijn eigen handen wil nemen. Dat ik ga leven met mijn hart. Dat jullie er zo nu en dan even niet moeten zijn.
Want ik moet aan mezelf denken.
Om middernacht, in mijn witte ziekenhuiskamer, week 6 en bijhorende dikke tranen, ben IK er voor mezelf.
En jullie niet.
Voor het weekend naar huis!
Of toch maar niet…
Enkele uren later was ik te vinden op de spoed afdeling.
Terug naar mijn witte kamertje.
Angstaanval numero miljardo et uno. Ongeveer.
Morgen is het weekopening. Eerst therapie op de dagplanning. Hopen dat niet iedereen afsteekt met een geweldig verhaal over een geslaagd weekend en aankondigingen van vertrek.
Hier zit ik dan.
Gefaald.
Alleen.
Maar dat alleen zijn is misschien zo erg nog niet.
In al die weken dat ik nu opgenomen ben heb ik twee avonden/nachten moederziel alleen op mijn kamer doorgebracht. Ik was op voorhand doodsbang. Wat moet ik doen? Hoe houd ik mezelf bezig? Ik moet tienduizend verschillende dingen gaan doen, ik ben alleen, help help!
Die twee eenzame avonden zijn de twee meest ontspannen en gelukkigste avonden van mijn verblijf hier geworden, so far.
Alleen zijn is toch niet zo erg.
Het is vooral de eenzaamheid die ik voel als er mensen bij zijn die het me moeilijk maakt. De druk dat ik iets moet doen, dat ik er niet stilletjes bij mag zitten… Alleen zijn kan ook helemaal ok zijn!
Want dan maak ik plannen. Plannen die niemand kan neerhalen. Dan heb ik zoveel moed en hoop dat ik de hele wereld aan zal kunnen. Dan voel ik me goed, nuttig, iémand.
Misschien kan ik meer op mezelf vertrouwen dan ik denk. Ben ik sterker dan ik denk. Misschien heb ik gewoon vrijheid nodig. De wereld aan mijn voeten. Zelf de controle hebben, zelf mijn eigen beslissingen nemen.
Maar is dat dan niet grof en ondankbaar. Laat ik dan niet alle mensen die om me geven in de steek? Dat vroeg ik de dokter en hij zei:
NEE
Lang geleden.
Ik kan me er vaak niet toe zetten om te beginnen schrijven. We zullen zien wat er van terecht komt.
Vorige week maandag heb ik een nieuw medicijn gekregen dat eindelijk wat teweeg lijkt te brengen. Maar, uiteraard, bijwerkingen zat.
Ik lig de laatste twee dagen voornamelijk in mijn bed, recupererend van een te lage bloeddruk (7 over 5). Ik was nogal onstabiel.
Het gaat iets beter omdat ik pilletjes heb gekregen (shocker!) die mijn bloeddruk een beetje moeten opkrikken. Dus dan krijg je al een dozijn pillen en moet je er ook nog is pillen gaan bijnemen om met de bijwerkingen om te kunnen… Tja.
Mad World.
Dinsdag was ik jarig. Zucht.
Zondag had ik een klein feestje gegeven voor mijn vriendinnetjes. Mezelf lichtjes overschat. Begrijp me niet verkeerd girls het was heel fijn! En ik ben blij dat ik het heb kunnen doen. Terug aangekomen in mijn gesteriliseerde hotel was ik OP! Ik was echt kapot. 5 uur aan een stuk onder de mensen komen en je goed houden is een hele opdracht met zo’n lage bloeddruk (en al de rest wat er bij mijn persoontje komt kijken).
Maar ze waren er wel allemaal. Allemaal! Voor mijn verjaardag. DANKU!!!
De nacht van maandag op dinsdag heb ik voor het eerst thuis geslapen. Toch moeilijk hoor, al die dingen opnieuw leren. Gaat behoorlijk wat stress mee gepaard. Je wilt het goed doen. Maar vanaf de moment dat je een stap buiten het ziekenhuis zet voel je je tien keer zo kwetsbaar en vatbaar voor angstaanvallen. Mij hier meer op mijn gemak voelen dan thuis is een raar gevoel. Als ik thuis ben is er de zekerheid dat ik ‘s avonds terug naar hier kan komen en dat is … leuk? Het is moeilijk te beschrijven. Hier wordt een veilig nest geboden dat ver weg van de realiteit lijkt te staan. Alsof de tijd eventjes op pauze wordt gezet.
Maar dat is natuurlijk niet zo want het leven gaat gewoon door.
MIJN leven gaat gewoon door. Terwijl ik hier zit. En ik weet dat ik het geen tijdverspilling mag vinden omdat ik dit echt wel nodig heb om verder te kunnen met mijn leven maar ondertussen staat alles stil. Ik ga niet achteruit, niet vooruit, niet opzij of naar of beneden… het doet er al niet toe. Ik ga helemaal nergens heen. En dat in ‘de fleur van mijn leven’. Mijn studentenjaren.
Veel fleur is er niet aan.
Hooguit een bommageurtje (weeral nieuwe kamergenoot).
Oh ja, nog iets; vorige week was ik op gesprek gegaan in de evenaar. Waar ik misschien een paar maand zou verblijven om begeleid zelfstandig te leren leven. Ik had er net iets te veel hoop op gevestigd. Het sloeg nogal tegen. Toch niet helemaal echt iets voor mij denk ik. Ik voelde me er totaal niet goed bij. Opgesloten, gevangen.
Gelukkig luistert dokter DR. ook naar mijn gevoel en gaan we dus nu op zoek naar iets anders. Nog totaal geen idee wat de nieuwe nazorg betreft maar ik ben op z’n minst al blij dat ik er toch zelf ook wel een zeg in heb.
Maar nu sta ik dus eigenlijk nog een beetje meer ‘nergens’.
Ik zit maar rondjes te rennen in mijn hoofd maar eigenlijk sta ik gewoon stil.
En dat duur nu al veel te lang.
Ik heb echt een duwtje in de rug nodig.
Mijn lieve kamergenote P. is al enkele dagen geleden vertrokken. Pijnlijk momentje. We konden heel goed praten en ons samen zetten werkte prima. Nu is er S. met wie het net dat ietsje minder klikt. Klein puntje ter ergernis; ziekenhuizen hebben op zich al een aangenaam tropisch klimaat dus is het écht niét nodig om de verwarming dag én nacht op max. te zetten!!! Echt niét!
Het is tevens een dame die via medicinale weg hulp krijgt om zich op de pot te kunnen zetten. En oh ja! U zal het geroken hebben! Aangenaam…
Eén badkamer.
Zorgt voor frustraties.
We begrijpen elkaar.
Vandaag overhuis geweest. Wééral seg, wat vliegt de tijd toch als je leuke dingen doet en je geen seconde kan vervelen…
Emotionele rollercoaster.
Dat was de dag. 100%.
Ik probeerde buiten te komen, iets te doen wat ik anders zo ontzettend graag zou doen maar het ging niet zo simpel als ik gehoopt had. Alles is moeilijk. Alsof ik een hele hoop terug opnieuw moet leren. En dat vergt veel. Veel energie én veel tranen.
De vriendjes die ik gehad heb zijn allemaal op hun pootjes terechtgekomen bij een meisje dat waarschijnlijk iets minder problemen met zich meeneemt dan mezelf.
Vandaag een ontnuchterende kus gezien die verrassend veel pijn in mijn borst naliet.
Vandaag een knuffel van mijn broer gekregen die verrassend veel van die pijn verzachtte en me een soort bevestiging gaf: ‘neen, ik schaam me niet voor jou, jij bent mijn zus en hoe je ook bent, je mag er zijn en ik ben er voor jou’. Veel woorden voor een knuffel, maar hij was geladen én in het zicht van al zijn vrienden. Danku broer.
Daarvoor had ik absoluut fantastisch mega geweldig nieuws gehoord over een eventueel tripje naar NY waar ik voor uitgenodigd ben. Dus het ging van een extase naar een droevige leegte.
En nu zit ik hier, op m’n witte ziekenhuiskamer met een hoofdpijn die rollercoaster met veel tranen verraadt.
Maar, ik was blij zoveel te voelen! Met al die medicatie ben ik soms bang dat ik misschien gevoelloos zou worden. Dus het was leuk om mezelf te zijn vandaag. De droevige mezelf. Want dan weet ik dat de uitbundige en vrolijke mezelf hier ook nog ergens inzit. En dat ik de dingen die nog allemaal staan te wachten om op me af te komen wél ten volle kan beleven. Wél bewust kan meemaken. Met een lach of een traan.
Maar nog steeds zoals ik ben.
Want daarop moet ik nu voor 200% rekenen…
Mezelf
Heel veel bijwerkingen van de nieuwe medicatie.
En dan mag je je geen zorgen maken want dat hoort er ‘gewoon’ bij.
Deze ochtend hadden we een half uur weekafsluiting en voor de rest van de dag is er weer helemaal niks te doen. Dat is rot. Heel saai.
Straks vragen of ik misschien eens naar de Bredabaan mag voor een beetje ‘windowshopping’. Wie weet mag ik er wel eventjes tussenuit.
Morgen ga ik weer naar huis. Wat vliegt de tijd toch. Enerzijds is dat ok, anderzijds is dat ontzettend angstaanjagend.
Maar ik was dus bezig over naar huis gaan. Ik heb er wel zin in. Meer dan vorige week. Het idee om thuis te slapen (ook al ga ik dat nog niet doen, toch denk ik daar aan) vind ik zelfs al niet meer zo eng.
Natuurlijk ben ik nog bang.
Bang zijn zal ik altijd wel een beetje. Maar momenteel gaat het goed. Op dit moment. Ik spreek niet over gisterenavond of de komende avond maar over NU.
En NU is het etenstijd.
Heel veel liefs aan iedereen die me steunt!!!
Eventjes geleden.
Er zijn nog steeds veel dokters en psychologen afwezig wat maakt dat er vrij veel therapieën wegvallen. Dat is wel heel jammer. Gezien ik hier dan toch zit zou ik liever niet het gevoel hebben dat ik hier mijn tijd zit te verdoen maar aan het werk ben. Enfin, vandaag lijkt een goeie dag te worden. Er valt één therapieles weg (bewegingstherapie) maar in de plaats daarvan gaan we dan maar een wandelingetje rond het domein maken… Geen commentaar…
Gisteren zat ik er eventjes door. Ik wou alleen maar naar huis en zag het nut er allemaal niet van in om hier te zitten. Ik weet dat ik moet volhouden. Maar dat is vaak wel makkelijker gezegd dan gedaan.
Ik krijg heel veel steun van vrienden en familie. Dat doet goed. Soms ben ik wel te moe om mensen hier te ontvangen. Te moe of te droevig of te down… Maar toch helpen al die bezoekjes me er een beetje bovenop. Je moet extra je best doen als er bezoek is en soms voelt het alsof je daar de energie niet meer voor hebt maar dan doe je het toch maar en dan lach je en praat je. En ook al is niet elke lach gemeend, hij is er wel. En lachen is gezond. En daarna voel je je weer net dat ietsje beter.
Ik heb een nieuw pilletje in mijn pillen-harem. A. Geen idee wat de volledige naam is, ik denk Anafranil. Bijwerking numero uno: je tong zwelt op. Of dat is toch alleszins het gevoel dat je hebt. Ze zwelt niet écht op maar praten wordt moeilijk en ik draag precies een extra tong-gewicht met me mee… In zoverre dat dit duidelijk is …
En oh ja, even vergeten, het verhoogt mogelijk de eetlust…
Maar, A. heeft ook positieve werkingen. Het is een medicijn specifiek tegen dwanggedachten zoals die terug te vinden zijn in mijn hoofd. En ik heb het nu al 3 (denk ik) avonden na elkaar gekregen en ik moet zeggen… ‘puik werk A.’
Ik wil niet te hard van stapel lopen want ik heb medicamenteus al wel wat tegenslag gehad. Maar naast het feit dat er een mega lap vlees in mijn mond ligt heb ik nog niet veel te klagen over A.
Ik moet naar het groepsgesprek maar schrijf straks nog wel even voort! Ik kreeg al naar mijn voeten dat ik zo weinig schrijf
hehe, mopje hé S. !
Nutteloze les. Het ging over werk. Dat ik duidelijk nog niet heb. En waar ik dus ook niets over te vertellen heb. Maar bon, ze kunnen niet altijd met iedereen rekening houden natuurlijk. Maar toch.
Ach ja, ik moet me zowat gaan klaarmaken voor de wandeling. Stapschoenen en een winddichte regenjekker. Hoogtepunt van de dag.
Gaan wandelen… ‘rond den blok’… serieus?
Er gebeuren veel rare dingen, dingen die ik zelfs hier niet kan neerschrijven. Maar er zijn hier een hele hoop dokters dus als ik durf kan ik mijn vragen altijd wel kwijt bij iemand. Als ik durf.
Ik ga wandelen.
Achja…
Weekend.
Vandaag ben ik naar huis geweest. Van 10 tot 7.
Gemengde gevoelens.
Ik weet niet goed wat ik ervan vind.
Morgen nog eens.
Ik ben kapot.
Je moet je uiteindelijk toch wel een beetje sterk houden als je ‘terug’ in ‘de wereld’ komt.
Ik dacht dat ik heel wat te schrijven had. Maar dat slaagt een beetje tegen. Helaas.
Ik ga mijn medicatie vragen, een filmpje zien en proberen te slapen.
Ik zou meer durf moeten hebben en niet zo bang moeten zijn om de mensen hier aan te spreken wanneer ik nood heb aan een babbeltje of een beetje aandacht.
Momenteel ben ik aan het leren ‘alleen zijn’. Aangezien hier toch niemand is het er wel de moment voor.
Ach, niet veel woorden dus.
Maar ook geen zin om af te ronden.
Want wat moet ik dan doen?
Oh wacht, er is chocola, probleem opgelost.
Tot snel!
Smakelijk.
tradities worden gevormd.
Gewekt worden rond 7u voor medicatie. Ontbijt in pyjama. Groepstherapie. Een saaie middag die veel te lang duurt maar die tijd geeft om te tekenen (ik ben aan het tekenen geslagen!). Opnieuw therapie. Nog wat tekenen. Avondeten. Bezoek. Breiclubje vergezellen en een beetje pingpongen in de ‘sportzaal’. Rond half 10 medicatie nemen. Nog wat verder breien. In bed kruipen. Een film zien. Muziek opzetten in mijn koptelefoon. In slaap vallen. ‘s Nachts wakker worden om de muziek af te zetten. Verder slapen. En dan is het weer 7u…
Zo gaat het.
Tenzij ik bang word. Dan staat mijn dagschema zowat op z’n kop. Alhoewel. The show must go on natuurlijk.
‘s Avonds heb ik het moeilijk. Heel moeilijk.
Gelukkig bestaat de ‘breiclub’ hier. De vrouwen van mijn groep – de inzichtgroep – placeren zich op de stoelen in de gang en zijn al doende verslaafd geraakt aan breien en haken. Er wordt een beetje gebabbeld over zowel serieuze als onnozele dingen. Dat is rustgevend. Tussendoor probeer ik dagelijks te springtouwen. In de hoop moe te zijn als het tijd is om in m’n bed te kruipen. En natuurlijk ook in de hoop om al die overtollige kilo’s kwijt te spelen. So far so good? Not so much. Geen succes op beide vlakken. Achja, een mens moet zichzelf toch op z’n minst de indruk geven dat hij nieuwe dingen probeert en niet opgeeft, is het niet?
Gisteren was het eerste serieuze groepsgesprek sinds mijn opname. Hoe masochistisch het ook klinkt, ik heb er echt van genoten. Gedeelde pijn kan heel erg verzachtend zijn. Er zijn mensen die mij hier echt begrijpen. En dan bedoel ik niet dat ze zomaar knikken en bereid zijn te luisteren. Nee, ze begrijpen mij. écht. Zoals ik het nog nooit heb meegemaakt. En dat doet deugd.
En ja hoor, we kunnen hier ook lachen (vaak met onszelf) en plezier maken maar iedereen is er voor elkaar, ook als het moeilijk gaat. Want uiteindelijk zitten we hier allemaal voor een reden en dat vergeet niemand. Ook al draag je je last alleen, hier lijkt het of de anderen het met je meedragen. Je helpen. Mee hun handen onder de wereldbol te zetten.
We zijn een leuk team. Een sterk team. Hoe moeilijk het ook kan zijn.
Maar op een dag zullen ook wij elkaar verlaten.
Oh wat ben ik bang om té gehecht aan ze te geraken.
Mijn eerste echte therapiedag.
Eindelijk begint de molen te draaien. De therapieën komen op gang. Nu ik in een groep ben ingedeeld (die heel erg tof is!) kunnen we van start gaan. Het ‘echte’ werk kan nu beginnen.
De eerste sessie deze ochtend viel goed mee. Eén van de groepsleden moest zijn netwerkgeschiedenis uit de doeken doen. Iedereen moet zo een keer aan bod komen. Het viel best mee, was niet te zwaar. Een rustige start. Over een uurtje heb ik PMT. Je vraagt je nu waarschijnlijk af ‘wat is dat?’. Wel ik zou daar zeker een antwoord op willen geven maar ik heb er zelf geen flauw idee van. Het heeft iets met beweging te maken (psychomotorische therapie) maar wat die bewegingen dan juist gaan zijn… dunno.
Daarna is er nog een sessie mindfulness. Een soort moderne versie van meditatie heb ik me laten wijsmaken. Enfin, we zullen wel zien. Go with the flow. Zo zal het zijn. Ik ga proberen zo veel mogelijk op te steken van wat ik hoor, zeg en ervaar en dan zien we wel waar ik uitkom. Hopelijk op een geheel nieuwe bestemming maar zelfs als dat niet lukt heb ik toch maar geprobeerd de weg af te leggen. Ik probeer. Ik doe m’n best. Ik vecht. Kop op! Ik kan niet meer doen dan mijn best. Mijn uiterste best.
En ook al kan ik er niet altijd 100% voor gaan, ik probeer het wel. Zo nu en dan heeft dat wel eens een backfire maar dat valt er dan ook maar ‘gewoon’ bij te nemen.
Gisterenavond was moeilijk. Heel moeilijk.
Een extra dosis pillen en een uurtje uithuilen en dan is alles wel weer normaal…
Of toch niet helemaal.
Maar hé, ik probeer.
Vandaag heb ik leuke mensen leren kennen in de eerste groepstherapie. Mensen zoals mij. Mensen die gewoon mensen zijn, gewoon jongens en meisjes maar dan net een beetje anders. Net een beetje zoals mij. Mensen zoals mij… Wij voelen ons hier allemaal zo alleen terwijl we met zo velen zijn. Wat een gekke wereld. Wat een bizar leven. Wat een verstikkende chaos van gedachten en contradicties.
Het is een stil moment hier. Alles ligt stil. Ik heb net gegeten maar dat is meestal na enkele minuutjes alweer voorbij. Niet te vreten. En dan moet ik meer dan een uur wachten tot de volgende therapie. Voor het eten hadden we ook al een uur ‘niks doen’. Dan slenteren de seconden voorbij alsof ze geen zin hebben om vooruit te gaan.
M. van de verpleging heb ik helaas niet meer gezien. Maar nu is er S. … Goeiemorgen!
Neem het me niet kwalijk, een mens is gevoelig voor schoonheid, zeker in deze afgrijselijke omgeving.
Goed begonnen is… slecht eindigen?
Gisteren was een goede dag, maar een slechte avond.
Ik heb het gevoel dat, ‘als de nood het hoogst is’, ze mij hier niet zo goed kunnen helpen. Of niet zo goed weten wat ze moeten doen. Of misschien denk ik dat maar omdat ik het anders gewoon ben. Of misschien moet ik toch maar gewoon eens stoppen met denken.
Eén van mijn betere ideeën van de laatste tijd. Niet?
Gisterenavond was moeilijk. Als de mama en de papa langskomen is het groot feest, als ze weer weggaan zijn het dikke tranen.
Dan was ik alleen. Helemaal alleen. Niet alleen in de ruimte, maar ook in mijn hoofd. En dat is nog erger. Na een beetje rond te dwalen door de gangen vond ik een groepje dames. Een hoopje dat aan het breien en haken was geslagen. Therapeutische bezigheden zoeken om de geest rust te gunnen. Daar ben ik dan maar bij gaan zitten. En dan ging het beter. Ik was niet meer alleen. Ik heb een beetje geluisterd en gekeken en de angst verdween stilletjes aan.
Mijn slaapmedicatie is verhoogd. Gelukkig. Nadat ik mijn pilletjes genomen had ging het slapen een stuk vlotter. Eindelijk. Die rust kon ik gebruiken. Bijna gewend aan het nieuwe bed. Al is het plots wel verrassend klein nu ik thuis, na lang zagen, een groot bed gekregen had. Moet ik dat toch wel enkele weken achterlaten zeker. Bummer.
Ik word regelmatig wakker als er een ledemaat zich een weg buiten de grenzen van de lakens waagt. Mijn nek is één brok pijn.
Maar bon, dat is dan alleen nog maar het bed.
Er zijn meerdere aspecten binnen het verhaal.
De mensen bijvoorbeeld.
Sommigen kennen de/hun grenzen heel erg goed. Dat is wel fijn. Daar kan je meer praten. Rustig, op het gemakje. Een babbeltje slaan. Anderen hebben gewoon geen grenzen. Al een paar keer de gedachten en plannen van suïcidale patiënten gehoord. Niet nodig.
Mensen die me proberen te helpen hoewel ze niets van me af weten. Lief. Ja misschien. Maar ook wel een beetje afmattend en demotiverend. Gewoon, zo voelt het.
Ach, ik weet het allemaal niet zo goed meer.
Hier zit ik dan. En dan denk ik ‘waarom?’. Maar weer naar huis gaan maakt me ook bang. Hier staat de tijd eventjes stil. Of zo lijkt het toch.
Wat moet ik nog zeggen? Valt er nog iets te vertellen? Niets nieuws alleszins. Valt er nog iets nieuw te proberen? Valt er nog hoop te koesteren? Is het het allemaal wel waard? Heel deze race, dit gevecht.
Ik moet de moed er blijven in houden.
Maar hoe doe je zoiets? Hoe hou je de moed er in als je helemaal niet moedig bent?
Ik ben moedeloos. De moed er in houden is moeilijk.
Bijna onmogelijk.
Eerste nacht = zwaarste nacht zeggen ze. ik hoop dat ‘ze’ gelijk hebben. Ik kon maar niet slapen. Het is hier donker en stil en ik ken hier niemand. Iedereen is hier zo zot als een achterdeur! (behalve mijn kamergenote, zij heeft een burn out) Ik voel me hier helemaal niet thuis. Er is een mevrouwtje dat heel de tijd tegen mij praat, vraagt of ze al beter is, of ze het goed doet… Weet ik veel? De jeugd hokt samen. Ik zit niet bij de jeugd want ik ben te oud. Ik ben vlees nog vis. En ondertussen kruipt de dag voorbij. Het is net of ik in een groep mentaal gehandicapten zit. IK BEN ZO NIET! Ik hoor hier niet! Elk uur is er een pauze om even uit te rusten, op bed te liggen of een koffietje te drinken in de gemeenschappelijke ruimte waar de meneertjes kaarten. Ik ben 19 jaar. Over een maand word ik er 20. Laat mijn leven dan alsjeblieft beginnen! Laat mij de psychiatrie achter mij laten. Laat mij leven.
Ik hoor niet rond te sleffen door de gangen. Ik hoor geen plaatjes in te kleuren. Ik hoor niet medelevend bekeken te worden door bezoekers. Ik hoor niet als psychiatrisch geval door de verpleging geholpen te worden. Ik hoor wél geholpen te worden, maar ik hoor niet tussen een bende zotten. Sorry, ze zijn niet allemaal zot natuurlijk. Maar… Je snapt wel.
Ik hoor hier niet. Ik heb zin om te wenen, om te brullen, om weg te lopen…
Ik hoor hier niet.
De eerste indruk:
O jee…
Wat een dag. Ik ben kapot en het is nog maar 17.20u.
Een hele hoop stress die er toch bij komt kijken al weet ik al twee weken dat ik opgenomen zou worden.
Vanmorgen goed op tijd wakker. Een beetje liggen “koekeloeren” in mijn bed, wachtend tot het laat genoeg was om op te staan. Zenuwachtig. Je weet totaaaal niet wat je moet verwachten.
Eindelijk 10u, eindelijk laat genoeg om door te gaan.
Er zijn dingen die serieus tegenvallen en zo zijn er evengoed dingen die wel ok zijn.
Eerst en vooral is er niet echt moeite gedaan om een “huiselijke sfeer” te creëren. Het zijn gewone ziekenhuiskamers, met gewone ziekenhuisbedden, en allemaal witte ziekenhuismuren. Hoera…
Ik had verwacht dat we, gezien in een sociaal-therapeutische context, samen zouden eten in een soort van eetkamer. Niet dus. Het is ieder voor zich. Op de kamer. Eén tafeltje, twee stoelen recht over elkaar, en maar een beetje gênant in elkaars bord zitten staren. Rendez-vous met een volledig onbekende.
Er is dagelijks Ergo in de knutselruimte. Stel je het voor als “kleuren met bejaarden”. Niet grof bedoeld, kan fijn zijn voor die mensen maar het blijven bejaarden. En het kan niet gezegd worden dat iedereen hier even helder is als mezelf. Integendeel.
Ik zit hier toch niet helemaal op m”n plaats. Toen ik in de kinderpsychiatrie zat begreep ik niet goed vanwaar iedereen alle clichés over de psychiatrie vandaan haalde.
Nu wel.
Toen ik vanmorgen aankwam belandde ik in een lege kamer. Mijn “roommate” was casino pokies online in therapie. Rustig om eventjes te wennen. Alles leek een beetje mee te vallen (buiten de knutselruimte en de ziekenhuissfeer). Plots besloot mijn “roommate” dan toch op te dagen en zich vooral niet te schamen om wie ze was. Geweldig voor haar om zo zelfzeker door het leven te gaan.
Eerste zin, nog voor het officiële handjesschudden-en-kennismaken, “Allei, angt er bluud oep mijne scheurt, das geleje van menne joengste dak verdoemme nog mé maajn reigels zat.” Voeg nog een paar scheldwoorden toe en we zitten heel erg dicht bij de realiteit.
Aangenaam.
(net kennisgemaakt met “M. van de verpleging” en het werd hier net weer iets aangenamer)
Nu lig ik dus op een andere kamer.
Het klikte zo niet tussen mij en “ons L.”.
Nu heb ik meer geluk. Het zou hier nog best wel kunnen meevallen.
Er is trouwens ook een fitnessruimte aanwezig, die overtollige kilo”s zullen dan misschien toch nog verdwijnen after all.
Mijn diner van boterhammetjes in een plastiekje is gearriveerd (geserveerd door M. van de verpleging).
Smakelijk
(Toch nog een beetje bang wat de eerste nacht hier gaat zeggen)
Het is zover.
Morgen ga ik het ziekenhuis in. Voor… nog onbepaalde tijd.
Het telefoontje was verlossend, maar tegelijk toch ook moeilijk.
*shit just got real* denk je dan.
Het is moeilijk om te aanvaarden. Wie ik ben, wat ik ben, wat er allemaal gebeurt. Het is moeilijk te aanvaarden.
Maar ik doe m’n best. Echt waar. En ook al wordt dit een van de moeilijkste dingen die ik ooit zal moeten doen, ik ga ervoor. Ik kan er gewoon niet, niet voor gaan. Vechten. Nog een beetje meer. Fan van brute agressie (in deze context dan toch).
Het is zover.
Vanaf morgen begin ik terug op Dag 1.
Een nieuw begin, hopelijk deze keer wel met een happily ever after.
Het is zover.
Zucht
Die babystapje gaan niet altijd vooruit. En zijn ook niet altijd babystapjes. Een dezer dagen neem ik een echte grotemensenstap. Een stap die me een ziekenhuiskamer zal opleveren.
Een opname bleek dan toch onvermijdelijk te zijn. Ik kan het zo niet meer aan en mijn ouders kunnen het zo ook niet meer aan. Ook voor hen is het een zware last.
Ik probeer, écht. Maar dat is gewoon niet genoeg. Dus zal ik een paar weekjes in het ziekenhuis moeten verblijven, afdeling psychiatrie.
Een paar weekjes… ‘gewoon’, omdat mijn leven nog niet genoeg stilstaat.
En stilstaan doet het.
Mijn God. Ik weet niet meer wat bewegen is.
Neem dat maar letterlijk en figuurlijk. Ofzoiets.
Ik ga officieel niét meer naar school. Ik kom officieel zo goed als niet meer buiten. Ik woon en leef thuis. Joepie, hoera, … Oost west, thuis best. Ofzoiets
Maar ik verlang zo naar een leven. Naar beweging. Iets om naar toe te leven, naar uit te kijken, voor te werken. Iets om mijn hart en ziel aan over te geven. Iets om mijn leven zin te geven. Alleen weet ik niet wat. Ik weet niet waar ik mijn oh zo korte leventje aan wil spenderen. Als ik het verknoei dan is er geen weg terug. Ik kan niet opnieuw beginnen. Niet opnieuw een kleine ik worden en opnieuw de mogelijkheid krijgen om keuzes te maken. Het is nu of nooit. Het is nu en voor altijd.
Maar laten we daar vooral niet te veel over na denken momenteel. First things first. Eerst aan mezelf werken, dan aan mijn leven. Je weet wel, dat leven dat stilstaat.
Maar de wereld, die draait nog steeds rond, die is elke dag een dag dichter bij haar einde.
De wereld staat niet stil, nooit.
Een tijdje geleden.
Elke week therapie geeft veel stof om over na te denken.
Ik ben vaak bang. Héél vaak. De voorbije week was dat bijna 24u op 24. Op zo’n momenten is het moeilijk om te leven. Ik weet dan simpelweg niet hoe. Volgens de therapeute ben ik heel goed bezig. Elke week werk ik een heel stuk af. Mooi zo.
Een beetje raar wel dat, hoe verder ik vorder, hoe banger ik word. Het zou, naar mijn weten, de andere kant op moeten gaan. Maar ‘ze’ zeggen altijd dat het eerst erger moet worden voor het beter kan gaan. Fingers crossed.
Ondertussen voel ik me opgesloten in mijn eigen huis. Ik ben hier altijd. Langs de andere kant maakt het me bang om buiten te komen. Mijn leven staat precies op pauze. En ik wil maar wat graag verder gaan. Of nog liever; opnieuw beginnen. Maar dat gaat nu even niet. Moet ik er ook maar weer ‘gewoon’ bij nemen.
Ik ga nu 3,5uur per week dansen om me toch al alleszins het gevoel te geven dat ik terug kan vermageren.
Zucht.
Ik ben nog altijd op zoek naar mezelf. Ze omschrijven dat in films altijd zeer mooi. ‘Je trekt de wereld rond en komt daar dan per toeval je echte zelf tegen en jullie gaan samen naar huis.’ Mijn citytripje naar Spanje twee weken geleden heeft me echter geen zelf opgeleverd. Helaas.
Ik blijf zoeken. En ontdekken. En reizen, hoop ik.
Deze zomer wou ik heel graag alleen wegtrekken. Jammer genoeg zien de bazen hier thuis dat niet helemaal zitten.
Gelukkig heeft mijn lieve vriendinnetje geopperd om misschien samen een rondreisje te gaan doen.
JA!!!!
Zon, zee, strand…
Daar kan ik mezelf wel -in- vinden.
De therapeute heeft iets nieuws voorgelegd. Ik zou best leren om zelfstandiger te zijn maar tegelijk heb ik altijd wel ergens een hulplijn nodig als het allemaal te moeilijk en te veel wordt. Blijkt nu dat er zoiets als ‘therapeutische gemeenschappen’ bestaan. Een beetje op eigen benen leren staan, zonder ouders, maar wel met hulp. Psychologische hulp. Nog geen besluit, niets staat vast, maar dit geeft me wel moed.
Ik ben altijd bang geweest dat ik misschien nooit alleen kan gaan wonen omdat ik simeplweg niet alleen kan zijn.
Maar misschien kan ik dat toch wel.
Op mijn manier dan.
Die er best ook mag wezen.
Want mijn manier zal het zijn.
Van nu af aan zoek ik mezelf, op mijn manier.
Dik, dikker, dikst.
Zo voel ik me.
Dan denk je ‘oh fijn, gaan shoppen met de mama’. Iets leuk doen… Confronterend. Ik zie er op m’n slechtst uit. En ik blijf maar bijkomen. Ik probeer écht niet te eten. Maar die honger… Ik probeer te bewegen maar ik heb geen energie. Dit ben ik niet meer.
Ik voel me gevangen in mijn lichaam. De medicatie maakt me zwak en moe (EN DIK!!!) Maar de depressieve gedachtenmolen is helemaal niet stilgelegd. Waarom zou ik die medicatie dan nog nemen? Waarom zou ik mezelf helemaal veranderen? Waarom mag ik als IK er niet gewoon zijn? Waarom heb ik ‘een probleem’ terwijl ik eigenlijk gewoon over het leven nadenk? Waarom ben ik, zoals ik ben (was), niet goed genoeg? Waarom moet ik me aanpassen aan de eisen van anderen en mezelf verloochenen? Waarom ben ik zo alleen?
Waarom?
Net die vraag die me op ‘het verkeerde pad’ bracht duikt nu bij mijn heroriëntatie weer op. Waarom moet dit toch allemaal. Waarom zo?
Waarom ik?
Ik weet niet goed meer wat te schrijven.
Ik ben helemaal in de war.
Wie ben ik?
Ben ik mezelf nog?
Ken ik mezelf nog?
Mijn wereld staat op z’n kop.
Ik dacht dat ik alles wat in vraag gesteld kon worden al in vraag stelde. Blijkbaar zat ik mis. Ik heb me zoveel vragen bij de wereld om me heen gesteld dat ik mezelf vergeten ben. En dan bedoel ik niet mezelf als stervend/eindig wezen maar mezelf als levend wezen. Nu. Ik.
Wie ben ik?
Is heel mijn leven dan al een leugen geweest?
Heb ik alles fout gedaan?
Heb ik niet naar mezelf geluisterd en mijn hart gevolgd?
Ik wil een luidkeelse NEE schreeuwen.
Maar ik weet het niet.
Verwarring.
Dag in dag uit.
Nu heb ik eindelijk iets anders om me mee bezig te houden dan die eindeloze dood.
Maar het geeft me ook maar een vreemd gevoel.
Ik ben zenuwachtig en stel me bij al mijn beslissingen en twijfels vragen.
? ? ?
Had ik maar een encyclopedie op zak. Ergens verstopt in de bibliotheek in mijn hoofd. Eentje die me de regels van het zijn uitlegt. Eentje die me de weg wijst. Of toch alleszins wat pijlen neer plant met aanwijzingen op.
Wie ben ik?
Het verdict is gevallen.
Er is eindelijk een diagnose gesteld.
Bipolaire stoornis a.k.a. manisch-depressief.
Een snuifje PTS (post-traumatische stressstoornis)
En afgewerkt met een angststoornis (thanatofobie).
Oef.
Een hele boterham.
Over boterhammen gesproken.
Ik ben al meer dan 5 kilo bijgekomen sinds ik begonnen ben met het nemen van remergon. De eetbuien zijn onverwoestbaar. Ik neem mezelf altijd voor om er niet aan toe te geven maar eens ze komen opzetten spurt mijn karakter de deur uit.
Ik krijg ook nieuwe medicatie. Gaat gepaard met de diagnose. Lambipol. Omdat bipolaire personen niet op ‘gewone’ antidepressiva reageren. Een kleine bijkomstigheid; kan in enkele gevallen een huiduitslag veroorzaken die potentieel gevaarlijk is.
En toch ga ik het proberen. Als het het juiste medicijn voor mij is zouden mijn stemmingswisselingen minder drastisch worden. Ik zou een algemeen gevoel van goedgezindheid ervaren. En niet meer de extreem depressieve buien zoals ik die nu heb.
Ik ben benieuwd.
Als het werkt zou de remergon vrij snel afgebouwd kunnen worden. Yes. Geen overdadige eetlust meer. Terug 5 kilo er af. Toch treffend dat depressieve mensen medicatie krijgen waarvan ze zoveel bijkomen? Werkt niet echt bevorderend voor de dagelijkse stemming. Jezelf zienderogen zien verdikken valt niet echt als positieve vooruitgang te categoriseren.
Oh wat wil ik terug graag magerder zijn. Wat wil ik een platte buik. Verrassend hoe die aanvliegend kilo’s een impact op me hebben. Dat het gewicht maar relatief is en weer zal verdwijnen lijkt nu van geen belang.
Overtollige vetjes en acne van de medicatie. Nog zoiets dat je niet bepaald blijer maakt als je in de spiegel kijkt.
Maar dat moet ik er gewoon maar bijnemen.
Alsof het nog niet genoeg moeite kost.
‘Gewoon.’
Dag van de doorbraak?
Of ben ik dan weer net iets té positief ingesteld?
Gisterenavond had ik weer een therapielesje (of hoe je het ook wil noemen). Woensdagavond, 20u. Exact tijdens mijn geliefkoosd uurtje ballet. Met véél tegenzin dus.
Het vertrouwen en de moed waren ver te zoeken.
En toch…
Het was anders. Mijn therapeute was trots op mij. Trots dat ik zoveel kracht getoond had en zoveel heb kunnen doen. Ik ben door een groot stuk van mijn herinneringen (“trauma”) gegaan. Terug in de tijd. Tot op de dag van vandaag. Ik was zelf trots op me. Als ik die kracht kan vasthouden gaat het de goede kant op. Ik heb dingen opgehaald en verbanden gelegd die voordien ver te zoeken waren. Ik voelde me zo helder. Zo… opgelucht.
Ik kon niet stoppen met lachen na die sessie. Ik was zo blij (gelukkig?) dat ik tranen in mijn ogen had. Ook mijn mama was super gelukkig en apetrots. Zo doe ik het goed!
Natuurlijk weet ik wel dat niet alles op 1 2 3 is opgelost. Zo naïef ben ik nog net niet. Maar elke stap vooruit is er één in de goede richting.
Maar diep vanbinnen weet ik dat mijn angst nooit zal verdwijnen. Mijn online casinos australia angst hoort bij mij. Ze maakt me wie ik ben. Ik hoop dat ik er beter mee zal kunnen omgaan, dat ik ze een plaats kan geven. Het belangrijkste is dat ik minder depressief ben. Terug een zin, of een nut in het leven kan ontdekken. Maar niet meer bang zijn? Nee. Mijn angst, mijn bewust zijn, mijn besef is ergens een houvast voor mij. Die me met m”n voeten op de grond houd. Maar eveneens laat zien hoe belangrijk het is om mijn leven nù te leven. Niet morgen. Niet gisteren. Ik heb één leven. Dus ik moét er wat van maken. Dat ben ik mezelf verschuldigd. Dan is al het bang zijn en al die harde momenten van besef van de eindigheid van alle dingen het misschien een beetje waard. Als ik er wat van maak. Niet voor iemand anders. Voor mezelf.
Dat heb ik gisteren vooral geleerd. Ik heb al zoveel dingen gedaan omdat “het zo hoort” of omdat iemand anders het van mij verwacht. Zoveel dingen die mij geleid hebben. Nee. Ik wil mezelf leiden. Mijn eigen pad zoeken. Als, en dat zal het, dan ooit tot een einde komt, weet ik tenminste dat ik er alles aan gedaan heb om mijn leven een waarde te geven.
Misschien zal ik ooit uitgeleefd zijn.
Misschien zal ik ooit op zoveel moois kunnen terug kijken dat er glimlach op mijn gezicht vereeuwigd zal kunnen worden.
Misschien zal ik ooit zeggen dat het goed geweest is.
Misschien zal ik ooit kunnen loslaten.
Misschien zal ik ooit willen sterven.
Ik kan het maar beter willen. Want er valt niet veel te kiezen.
Ik zit zo hopeloos en hulpeloos op de dood te wachten dat ik het gevoel heb dat mijn leven nog niet eens begonnen is. Ja, ik leef wel. Maar leef ik mijn leven ook? Bewust? Tot het uiterste?
Ik zeg altijd wel dat ik heel bewust leef omdat ik de definitie van het leven zo goed begrijp/aanvoel. Leven voelt aan als een oergevoel. Maar maakt dat ‘bewust’ zijn mijn leven beter? Nee… dat kan ik niet beweren. Waarom doe ik het dan? Waarom ben ik dan zo bewust? Als ik kon zou ik meteen stoppen met bewust zijn. Ik heb het gevoel dat ik mij zó focus op het hebben van een waardevol leven dat ik maar niet kom aan het hébben van een leven. Snap je? Ik blijf maar zeggen dat ik dood ga. Ik blijf maar zeggen dat het zo kort is en ik blijf me afvragen wat het nut is. Ik blijf maar zeggen dat ik het dan wel extreem moet maken om ervoor te zorgen dat het het waard was. Extreem. Ja.
Maar ondertussen zit ik hier, thuis, zoals elke dag. Ik denk en pieker en wentel me een beetje in zelfmedelijden en ben depressief. Niet echt dat extreme leven dat ik in gedachten had…
Ik probeer zo hard om niet meer bang te zijn. Ik probeer zo hard er niét aan te denken dat het net mijn hele wereld wordt. Elke ochtend twee pilletjes, elke avond twee pilletjes, elke week therapie, elke maand naar de psychiater, elke dag praten met mijn ouders over mijn gevoelens en gedachten, dan nog eens naar de studentenbegeleiding op school, opnieuw praten. Altijd maar weer over hét probleem gaan praten. Ik denk aan niets anders… Ja, hoe zou dat nu komen?
Misschien moet ik gewoon aannemen dat ik nu eenmaal zo ben. Ik zeg ‘aannemen’ en niet ‘aanvaarden’. Groot verschil. Vind ik.
Alle dingen die me proberen te helpen verzetten mijn gedachten toch helemaal niet? Elke dokter/semi-dokter zegt dat ik mijn stroom der gedachten, die vicieuze cirkel moet kunnen doorbreken. Hen zitten graven naar ‘trauma’ of ‘depressie’… Not helping!
Maar zo gaat dat dan in het land der depressievelingen. Ontkenning. ‘Ik heb toch helemaal geen probleem?’
Misschien heb ik wel een probleem.
Of misschien is het enkel een probleem omdat we er een probleem van maken?
En misschien moeten we er helemaal geen probleem van maken.
Wat een week.
het is meer overleven dan leven. Maar aan het tweede deel kom ik nog wel. Ooit. Hopelijk.
De angstaanvallen waren sterk. Pijnlijk. Gierende emoties. Mijn razende trein der gedachten stokt op één punt. Kortsluiting. Dat was dag 17.
Ik heb geprobeerd toen te schrijven. Ik heb geprobeerd de dag nadien te schrijven. Het ging niet. Het ging gewoon niét. De woorden bleven ergens halverwege mijn vingers hangen en kwamen er maar niet uit. Hoewel ik zoveel te vertellen heb. Of toch op z’n minst zoveel te vragen. Spoed-meeting met de psychiater en de therapeute. Ik moet er ‘gewoon’ (hier gaan we weer) door. De komende paar weken zouden mijn breekpunt moeten zijn. En breken zal ik. De brokken van de eerste week therapie waren nog niet gelijmd of ik moest me weer openbreken.
Nu, op dag 21 moet ik voor het eerst weer alleen slapen. Ik lig in bed, na te denken welke film ik nu (om 2u) nog kan zien. Als iets of iemand mijn gedachten niet controleert sta ik binnen de 5 minuten met tranen in mijn mama’s slaapkamer. Bang. Altijd maar bang.
Brainless movies. Kijken tot ik wegdommel voor een nieuwe reeks nachtmerries.
Ik heb mensen waar ik me aan optrek. Mensen die het ook moeilijk hebben. Of hebben gehad. Mensen die sterk zijn. Dan kan ik dat ook. Toch?
Maar deze mensen maken mij eveneens wankel. Onstabiel. Ze doen me nadenken (och, echt?! IK?! Nadenken? go figure…) over mijn zijn. Over wie ik ben. Over wat ik nu eigenlijk wil. En dan bedoel ik niet mijn enigste grootste begeerte. Want onsterfelijk zijn zit er blijkbaar jammer genoeg niet in. Niemand wil me zeggen dat ik niet dood ga. Natuurlijk niet. Want dan zouden ze liegen. Waarom kunnen we niet gewoon niét weten dat we dood gaan? -zucht- Ik ga hier niet te diep op ingaan. De wonde is nog vers. En ik moet nog alleen kunnen slapen.
Verrassend genoeg zijn er ook nog andere dingen waar ik over in zit. Iets meer alledaagse dingen. Wel, het hangt er vanaf hoe je het bekijkt. Dingen die niet enkel in mijn hoofd maar in bijna alle hoofden op de wereld ronddolen.
Liefde.
Ik heb altijd gedacht dat mijn grootste doel in het leven dé liefde vinden was. Daar ben ik nu niet meer zo zeker van. Ik beeldde me de vermenselijking van dé liefde voor. Die ene persoon die mijn wereld zou veranderen. Die de pijn van mijn onkunde om te leven zou wegnemen.
Idyllisch… Ik dacht dat het gewoon romantisch was.
Utopisch denk ik nu.
Ik moet mijn hele betekenis van liefde herzien. Opnieuw definiëren. Een andere plaats in mijn leven geven.
Ik worstel met het idee dat die liefde, die onoverwinnelijke hartstocht misschien niet bedoeld is voor mij in de vorm van een oldschool relatie. Girl meets boy. Happy ever after.
Ik denk nu dat de enige keer dat ik die liefde zal voelen en voor de enige persoon ik die gevoelens zal hebben voor mijn eigen kindje. Ooit. Niet nu. Nee bedankt. Als ik een mama ben. Dan zal ik iemand hebben om voor te leven. Dan zal ik iemand hebben wiens leven voor het mijne gaat. Onvoorwaardelijke liefde.
Maar dan nog…
Toch blijven er nog steeds een reeks vragen aan mijn geweten knagen. Zo veel dingen die ik nog niet weet. Zo veel dingen waar ik nog niet helemaal zeker van ben.
De pillen beginnen te werken.
Ik zal eindelijk kunnen slapen. Woelig maar lang. En zolang ik slaap kan ik niet bang zijn. Als ik niet droom. Oh, laat me voor één nacht eens niet dromen. Alsjeblief. Wie dan ook.
Want ik ben moe.
Heel erg moe.
Ik heb een weekplanning.
Helemaal uitgestippeld hoe ik mijn week beleef/meemaak/zie passeren. Nu ik nog maar 4 lessen meedoe op school heb ik nog zo’n 159 uur per week die ik moet opvullen. ‘s Avonds om 22u moet ik mijn medicatie nemen. Om 23u moet ik gaan slapen. Om 9.30 moet ik opstaan. Dan moet ik een voorgeschreven hoeveelheid eten verorberen. Dan moet ik zwemmen of lopen of dansen of wandelen met mijn hond of zingen en pianospelen. Ik moet nog tijd voor een beetje rust nemen. Ik mag film zien maar niet te lang. Ik mag geen enge films zien. Geen oorlogsfilms. Geen horror. Geen thriller. Best ook geen drama. Geen films met betekenis. Ik mag boeken lezen maar zie ‘films’. Eenmaal per week moet ik in therapie. Alle andere 167 uur moet ik me als een normaal mens gedragen.
Ik ben zo alleen.
Er wordt verwacht dat ik na twee weken toch wel terug een beetje op het juiste spoor zit. Iedereen lijkt te vergeten dat ik op dit eigenste moment in het ziekenhuis had kunnen liggen. Die beslissing was aan mij. Ik kon zeggen dat ik het opgaf. Dat ik weg wou van alles. Dat ik een ‘break’ nodig had van alles. En dan heb ik beslist om dat niet te doen. Met als gevolg dat iedereen denkt dat alles dan toch wel redelijk ok zal zijn. IK HEB MEER TIJD NODIG!
Ik heb meer tijd nodig om beter te worden. Meer tijd nodig om over mijn leven na te denken. Meer tijd nodig om een toekomst te plannen. Meer tijd nodig om die toekomst te leven. Meer tijd nodig om te bedenken hoe ik NIET dood kan gaan.
Vannacht is het dromen begonnen.
Het was niet mijn eerste slechte droom. Natuurlijk niet. Die heb ik al jaren. Maar ik vergeet ze soms, of herinner ze me pas na enkele dagen. Wat ik droom doet er nooit toe. Het geeft me gewoon een ‘onbehaaglijk’ gevoel zoals medici dat mooi kunnen zeggen.
Deze droom was anders. Mijn therapeute had me gewaarschuwd dat ik, nu we gestart zijn met de EMDR therapie en het verwerkingsproces in gang is gezet, wel eens woelige nachten zou kunnen hebben. Niets nieuws, dacht ik.
Vanochtend zat ik plots rechtop in bed met mijn ogen wijd open. Ik kreeg amper lucht en was helemaal in paniek. Voornemen numero uno: altijd naar de les gaan die ik bijna nooit heb –> gefaald.
Ik droomde dat ik bang was. Maar het voelde zo echt. Het voelde zoals ik het heb als ik wakker ben. Dus nu ben ik zelfs in mijn slaap niet veilig meer. Ik droomde dat ik mezelf was, 19 jaar, maar dat ik om een of andere reden nog maar 1 dag te leven had. 1 dag. Ik liep roekeloos rond op zoek naar iets of iemand om me aan vast te grijpen. Iemand die me nooit meer zou loslaten. Iemand die me kon redden van de onoverkomelijke afgrond. Niemand keek zelfs nog maar om naar mij. Ik riep en schreeuwde en weende. Ik vroeg elke voorbijganger: “Maar beséf je dan niet dag het gedaan is?!!!” Ze hadden allemaal een starre blik, een neutrale uitdrukking, geen emotie, geen angst. Onbewust.
Ik wil niet dood, ik wil niet dood, ik wil niet dood,…
Dit kan toch niet?!
Ik kan toch niet zomaar verdwijnen?! Voor altijd niéts meer. NIETS!!!
Toen werd ik wakker en ging twee seconden later de wekker.
Ook een manier om je dag te beginnen.
In twee weken tijd heb ik alle mogelijk emoties, gevoelens en gedachten door mijn lijf voelen razen. Ik ben op. Kapot. Leeg.
Het ging iets beter dan terug slechter, dan terug beter en nu… Nu sta ik opnieuw opnieuw op het punt waar ik begonnen ben. Op het diepste punt van mijn dal, mijn zijn.
Ik moest mezelf tijdens mijn therapie een cijfer geven op een schaal van 1 tot 10: Hoe gelukkig ben ik? Voor zover ik weet heb ik het echte geluk al niet meer beleefd sinds… tja. Dat is al een tijdje geleden. Toch gaf ik mezelf een gulle 3. Het woord ‘geluk’ heeft voor mij twee betekenissen gekregen. Ik moet het zo wel doen. Anders zou ik constant onder nul zitten en dat is toch geen leven meer waard?
Is dat nog een leven waard?
Geluk is voor mij -als positieve waarde- het ‘kunnen leven’. Herformulering van de vraag: In hoeverre ben je momenteel in staat om het leven aan te kunnen?
Dat had beter geweest. Een gulle 3. Die 0 of die 1… aanlokkelijk, dat wel, maar dan klink ik weer zo depressief.
Misschien ben ik het dan toch. Echt depressief. Ik heb lang gedacht dat die antidepressiva die ik moet slikken ook nog wel tegen andere dingen zouden werken. Dat ik eigenlijk niet depressief ben.
Ik ben depressief. Mijn eigen leven maakt me depressief. En bang. Je kunt het je niet voorstellen als je zulke angsten nog niet hebt gehad. Ik wist niet dat eender welk gevoel zo sterk kon zijn. Het controleert je hele zijn. Je leven. Je doen en laten. Mijn angst voor de dood kent geen grenzen. Op elk moment, op elke plaats. Het overvalt me. Het besluipt me. Het houdt me in zijn greep. CON-STANT!
Dit is geen leven.
Dit is geen leven waard geleefd te worden.
Is het dit allemaal waard?
Is er iemand die me een luidkeelse JA! durft toeschreeuwen?
Is er iemand die, als hij/zij in mijn schoenen stond, nog steeds ‘ja’ zou zeggen? Ik denk het niet. Mijn grenzeloze angst voor de dood, het niets, het oneindig onbekende zwarte gat zonder gevoel of gedacht maakt me nu ook bang voor mijn eigen leven. Ik ben. En aan dit zijn hangt één onoverkomelijke begrenzing vast. Mijn zijn is eindig. Die eindigheid kan en wil ik niet vatten. Van syllogismes gesproken: Ik wil niet zijn. Ik zou willen dat ik nooit geweest was. Dat ik dit beperkte leven niet had moeten ervaren. Dat ik me nooit bewust had moeten worden van een einde.
En waarom is er niemand die dit begrijpt?! Waarom kan ik niemand vinden die exact zo denk als ik? Fora genoeg die praten over de nutteloosheid van de angst voor de dood. Of fora die het hebben over de angst voor het sterven. ‘Maar voor wat erna komt? Nee hoor, dat zullen we dan wel zien. En als er niks is, is er ook niks om bang voor te zijn.’
Waarom kan ik dat niet?
Waarom ben ik ZO ONTZETTEN BANG?! ALTIJD?!!
Ik voel het aan of ik vastgeketend zit aan de muren van mijn eigen bestaan. Aan het leven valt niet te ontsnappen. Eens je geleefd hebt, eens je de lucht, de motor van je bestaan hebt ingeademd is het kwaad al geschied.
Mijn kindertijd was zo zorgeloos. Oh wat had het mooi geweest om te kunnen gaan toen ik 10 was? Nu is het te laat. Ik durf niet sterven en ik durf niet leven. Ik kan nergens heen. Ik zit gevangen in mijn eigen lichaam.
HELP!
Iemand?
Help mij
3 dagen.
3 dagen heb ik me goed gevoeld. Beter als daarvoor. Dat duurde dan zo ongeveer van vrijdag ochtend/middag tot gisteren, zondag, avond. Tja…Maar die 3 dagen heb ik dan toch wel maar gehad. Ik moet blijkbaar leren genieten van ‘de kleine dingen’. 3 dagen zijn kleine dingen. Dus het is ok als ik 6 dagen van de 7 niet ok ben en 1 dag van het kleine ding geniet. Dat is dan de sleutel tot mijn geluk? Tja… Ieder heeft zo zijn eigen methode maar iets in mij meent het toch niet helemaal akkoord te zijn met de deze. Maar ik moet wel positief blijven! Eender wat er gebeurt, ik moet altijd positief blijven! Het leven is één groot feest, jochij!
Tja…
Nog zo’n klein ding is mijn nieuwe medicatie. Mijn dokter is grote fan van mijn nieuwste ‘inslaapmiddel’. Daar moest hij enkel even bij vermelden dat er één belangrijk neveneffect is: eetlust. Positief als ik ben dacht ik dat die eetlust wel te relativeren viel. Wat is nu een boterhammetje meer toch? Hoe meer eten hoe meer vreugd!
Voor alle duidelijkheid is hier absoluut geen sprake van meer eetlust. Nee, ik spreek van het constante, indringende verlangen naar eten! CONSTANT! Als ik dat nog niet was, word ik er zot van! En ik ben dan zo positief ingesteld moet je weten. Je denkt de honger te kunnen verdringen. Iets anders doen, je gedachten verzetten, genieten van de kleine dingen… Vergeet het maar. Eten, eten, eten, eten, eten,… Ik wil chocola, chips, frietjes, hamburgers, liefst zo bigmac als er maar te vinden valt, koekjes, boterhammen met choco maal duizend, choco’s (die van Kellogs)… Al wat lekker is, al wat vettig is, al wat mij de volgende ochtend een slecht gevoel geeft. Dat wil ik. Nu. En veel. In één week tijd heb ik mezelf een buikje gegeten. Bij elke hap die ik in mijn mond verorber voel ik priemende blikken van gezinsleden op mij gericht. IK HEB HONGER! MAG HET?!
Vandaag eerste ‘therapie les’ gehad. Geen lachertje. Een blijtertje. Weer die priemende blikken. Ik ben droevig! MAG HET?!
Nee, het mag allemaal niet. Eigenlijk wil niemand betrokken zijn met iets dat droevig is of maakt. Eigenlijk wil iedereen het ongewone mijden of gewoon maken. Ik moet genezen. Dixit een van mijn naasten.
Is dat dan zo? Moet ik ‘genezen’? Ben ik echt ziek? Zal ik plots het licht zien en mijn leven vieren? Zal ik hierop terug kijken als de periode dat ik het even moeilijk had maar die gelukkig voorbij is? Zal het ooit voorbij zijn? JA! want ik ben positief.
Laat het maar komen. Ik kan alles wel aan. Ja toch?
Laat het maar komen. Maak je vooral geen zorgen. Ik alles wel aan. Je moet wel gek zijn om het niét aan te kunnen.
Want het leven is één groot feest.
Gisteren moest ik dan, na enkele dagen zo goed als niets anders gedaan te hebben dan te slapen, opnieuw mijn boeken vastpakken. Opnieuw leren. Opnieuw examens meedoen. Opnieuw, opnieuw, opnieuw. In de vicieuze cirkel van het eeuwige oneindige niets. Of toch niet helemaal?
De examens gingen goed. Ik kon me verrassend goed op de stof concentreren en had een kleine opwelling van adrenaline geloof ik. Niet omdat examens nu echt zo spannend zijn maar wel omdat ik ze deed. Gewoon omdat ik naar school was gegaan. Ik zat daar! Buiten, onder de mensen, ‘gewoon’. En dat heb ik dan toch maar weer flink voor elkaar gekregen. Toen ik terug op weg naar huis was voelde ik een blij gevoel in mijn buik opborrelen. En ik niet alleen. Mijn ouders zijn trots op mij. Niet omdat mijn examens goed gingen. Nee. Gewoon omdat ik geprobeerd heb. Natuurlijk kwam het wel even mooi uit dat het goed ging, maar toch. We snappen de moraal van het verhaal, ja?
Mijn ouders begrijpen het soms beter dan ik denk. Ze kennen mij. Natuurlijk kennen ze mij. Zij kenden mij al toen ik mezelf nog niet eens kende. Toen ik een baby was, een klein dikkertje (jep), een peuter, een kind. Niet dat ik wil beweren dat ik geen kind meer ben. Het liefst van al zou ik heel mijn leven lang een kind willen blijven. Of toch ‘kinds’ alleszins. ‘Er schuilt een kind in elke filosoof’ nietwaar? En het liefst van al zou ik mezelf een filosoof willen noemen. Al is het slechts een amateuristische.
Dag van de doorbraak. Ik voel me een echte revolutionair!
(ja, ik voel me goed vandaag. Verrassend goed gezien het de gevreesde dag van de examens is. Misschien iets minder verrassend als ik mezelf wat meer tijd had gegeven. Tijd om rust te vinden. Tijd om te wennen. Maar enfin, dat zijn wijze lessen voor later ik had het over de revolutie.)
Mijn innerlijke revolutie dan nog wel. Of misschien toch niet helemaal die van mij alleen. Misschien ook wel die van allen rond mij. Desondanks ga ik toch even met de euforie lopen.
Studeren.
Een heel groot struikelblok voor mij. Ik wil niet toegeven aan de stroom van de dagelijkse sleur. Ik wil niet toegeven aan ‘het systeem’. Ik wil niet zomaar doen zoals het hoort omdat dat nu eenmaal zo is. Gewoon. Zomaar. Waarom? Daarom. Nee bedankt.
Die wroeging die ik heb met de toekomst van mijn eigen leven ligt gevoelig. Ik ben bang om mijn eigen leven te leiden, bang om in mijn eigen toekomst terecht te komen waarvan ik nu al weet dat ik hem niet ga kunnen aanvaarden. Maar, opnieuw, misschien moet dat helemaal niet?
Anderhalf jaar geleden ben ik begonnen aan mijn hogere studies met in mijn achterhoofd ‘ik haal gewoon een diploma, en dan zien we wel’. Eerst en vooral blijkt die ‘gewoon’ – opnieuw – niet zomaar gewoon te zijn. En die ‘dan zien we wel’ kan ik maar moeilijk laten voor wat ze is. Ik denk verder dan dat. Altijd al gedaan, en zo zal het waarschijnlijk ook blijven. (Ik moet niet alles aan mezelf gaan veranderen, toch?)
Nee, wat ik wil doen is ‘anders’. Lichaam en geest. Voelen tot in het diepst van mijn ziel. Zij die mij kennen weten dat ik een passie heb. Een passie voor donkeren zalen met duizenden schimmen, ritmes en klanken die door de lucht zweven en iedereen raakt die ze wil horen, de houten planken van het toneel, de sierlijke bewegingen van de dans, de waarheid van mijn woorden, de kracht van mijn stem.
MUSICAL.
Dans, zang en toneel. Een drievuldigheid van formaat.
En vandaag, op dit aller eigenste moment (daar zijn een paar halve uurtjes van af te trekken) is het dan zover: mijn mama en papa zeiden ‘JA’.
Een revolutie. Ja!
Want wie mag er -eindelijk- auditie gaan doen in Brussel?
IK !!!
Als je denkt je dieptepunt bereikt te hebben kan de bodem toch nog onder je voeten wegvallen. Want alles moet eerst nog net iets slechter gaan voor het beter wordt, toch?
Ik kan de eenzaamheid niet aan. Waarom voel ik me zo alleen? Waarom ben ik zo onbegrepen terwijl ik te kampen heb met angst. Angst is een oergevoel. Je zou denken dat elk rationeel wezen mij zou begrijpen, mijn angst zou delen. Maar dat doen ze niet. Iedereen -nee, de meeste mensen – leven zo onbewust. Alsof leven zoiets triviaal is. Alsof leven een tijdverdrijf is. Wat het misschien ook wel is. Maar hebben die dan geen ‘zin’ nodig? Hebben die geen doel nodig? Iets om voor te leven? Iets dat het allemaal waard maakt.
Ik weet niet meer waarin ik geloof. Ik heb geprobeerd in een god te geloven. Ik heb geprobeerd er zelf een te creëren, eentje die perfect aan al mijn eisen voldeed. Maar geloven in je eigen creaties is hetzelfde als geloven in jezelf. Dat heb ik ook geprobeerd. Ik heb geprobeerd in niet te geloven. Ik heb geprobeerd in het lot te geloven. Soms heb ik geloofd, maar meestal helemaal niet. Ik geloof niet in wensen en dromen, al heb ik er nog zo oneindig veel. Ik geloof zelfs niet in het oneindige. Dat gaat niet, want dat maakt me bang. En dat brengt me weer bij het begin.
De mens heeft zijn goden gecreëerd als antwoord op zijn vragen, als troost voor zijn verdriet en als ontmanteling van zijn angsten.
Oh wat hebben die enkelen zo veel mensen geholpen. Wat hebben de goden zo veel mensen een doel in hun leven gegeven. Wat hebben ze het wachten op de dood tot ‘het leven’ gemaakt. Iets dat het waard is geleefd te worden. Maar wat zijn ze vergeten dat sommigen daar geen genoegen mee nemen. Je kan geloven of je kan niet geloven. En dan heb je mensen zoals ik. (En wat hoop ik dan weer dat er mensen zijn zoals ik.) Mensen die daartussen zweven. Noch aarde onder onze voeten, noch de hemel boven ons hoofd.
Alsof mijn symbolische hart der gevoelens uit mijn rationele, redelijke lijf wordt gerukt.
Pijn.
Waarom doet het toch zo’n pijn?
Babystapjes.
Ik probeer te veel, te snel. Ik verlang te veel, te snel. Vandaag ben ik voor de eerste keer terug buiten geweest. Het idee alleen al maakte me heel zenuwachtig. Alleen wandelen was geen lachertje. Ik voel me heel duizelig als ik rechtsta en had het gevoel dat ik elk moment op m’n gezicht kon gaan. Gesprekken kan ik maar moeilijk volgen.
Ik zit precies onder een grote glazen stolp. Ik zie, maar niet scherp. Ik hoor, maar niet duidelijk. Ik denk en wil veel vertellen maar ik kan de woorden niet snel gezegd krijgen. Ook typen is niet zo evident. Mijn handen voelen raar aan en mijn vingers trillen soms en hebben geen kracht. Pianospelen en zingen zit er niet in. Leren blijft moeilijk. Rechtstaan eveneens. Mijn dagen zijn leeg. En toch ben ik moe. Ik ben nu 45 min. ‘op stap’ geweest voor een beetje sociaal contact en toen ik terug thuis in de zetel plofte was ik op.
Nu pas voel ik hoeveel het van me vraagt om ‘normaal’ te functioneren. ‘Normaal’ vergt heel veel energie. ‘Normaal’ is een kunst om alles te verbergen.
Vannacht heb ik slecht geslapen. Ik heb heel lang wakker gelegen en dan word ik meteen paniekerig. Dan denk ik aan mijn leven. Aan dingen die ik wil doen, en aan dingen die ik absoluut niet wil doen. Aan wie ik ben, wie ik wil zijn, wie ik zal zijn. Aan hoe het anders kan maar het misschien nooit zal worden. Aan hoe het allemaal had kunnen zijn.
Het denken is er nog maar ik ben sneller uitgeput waardoor er niet zo diep op kan ingaan. Mijn gevoelens zijn afgestompt.
Wil ik dit wel? Die leegte in mijn hoofd, en in mijn hart?
Wil ik dit wel?
Elke ochtend hoop je dat het ‘een goede dag’ wordt. Heel vaak is dat niet het geval. Het is 22.42u en dag 2 zit er bijna op. Er is niet veel veranderd sinds gisteren, behalve het feit dat ik er mentaal al iets sterker en minder verdwaasd bij loop. Maar mijn lichaam wil nog niet helemaal mee. Ik heb het gevoel dat al mijn spieren slapen. Ik heb hoofdpijn, ben heel duizelig en kan niets doen. Ik heb vandaag geprobeerd om toch iets te leren voor de twee examens die ik nog wél ga proberen mee te doen maar ook mijn hersenen zijn nog niet helemaal wakker. Vanavond gaat de hoeveelheid medicatie weer een beetje omhoog. Gisteren was ik iets te optimistisch. Ik heb me weer onnodig lang wakker gehouden met de meest oppervlakkige films die ik maar kon vinden om mijn gedachten in goede banen te leiden. De nacht was een woelige rit. Veel horten en stoten, dromen, wakker worden, weer inslapen, tijd en ruimte verliezen. ‘s Ochtends word ik uitgeput wakker.
Ik wil nog steeds roepen en schreeuwen en alles stukslaan. Maar aan de andere kant kan het me allemaal niets meer schelen. Nu worstel ik met de vraag of dit allemaal wel nodig is. Moet ik dit hele proces wel meemaken? Kan alles niet gewoon ‘ok’ zijn?
Maar dan moet ik me weer voor ogen houden dat dit de weg is die ik moet nemen. Ik moet er voor gaan. Ik mag me niet laten hangen in de loop der gebeurtenissen. Kin omhoog, borst vooruit. Weet je nog? …
Nee, ik weet het soms niet meer. Niets meer. Waarom ben ik zo alleen terwijl ik zo ongelooflijk veel mensen om me heen heb? Waarom heb ik soms de nood me onder mijn bed te verstoppen terwijl ik tegelijkertijd zo hopeloos op zoek ben naar iemand die me BEGRIJPT. Een woord waarvan de betekenis verloren gaat in het overtollige gebruik ervan.
Ik sta er alleen voor. Hoeveel steun en liefde ik ook krijg. Dit ben ik, in een strijd met… mezelf? Het voelt eerder aan als een strijd met het universum! Een strijd die niet te winnen valt. Een tegenstander die onoverwinnelijk is. Een gevecht zonder einde.
Ik geef niet op, maar wie is die ‘IK’? Want als de IK die nu aan het woord is, eveneens de IK is die gelijkstaat aan de onoverwinnelijke wereld waarin ik leef dan moet ik mezelf misschien gewoon aanvaarden?
Alleen weet ik niet hoe ik dat moet doen. Ik weet niet waar te beginnen. Ik weet niet hoe mezelf te aanvaarden. Niet als dat inhoudt dat ik niet gelukkig kan zijn. Ik wil gelukkig zijn. Ook ik heb dat recht. Die droom.
Om vogelvrij te zijn. Om zelf onoverwinnelijk te zijn. Om te dansen en te zingen. Om altijd onder te zon te leven. Om het leven te ontsnappen. Om te leven in een droomwereld.
Maar alsjeblieft, ik heb al zooo lang moeten wachten. Gun me elke seconde die ik heb. Want elke seconde wil ik leven. Elke seconde wil ik wensen dat ik on-eindig ben.
Kin omhoog, borst vooruit.
Dat was mijn moto om aan de strijd te beginnen.
Vandaag, dag 1 hebben zowel mijn kin als mijn borst heel de dag onder de lakens gelegen.
Mijn nieuwe medicatie is misschien net iets té efficiënt. “s Avonds inslapen ging heel vlotjes. “s Morgens wakker worden… nu ja, het is 18.30u en ik lig nog steeds in bed.
Mijn hele lichaam lijkt verdoofd en mijn reflexen zijn erg traag. Ik heb geen sprankeltje energie meer. Daarstraks één traantje gelost dat van vermoeidheid stil over mijn wang rolde. Daar stopt het. Ik praat niet want mijn lippen en mond zijn veel te droog. Drinken helpt niet. Vanavond net iets minder van de “slaappillen” nemen. Ik had heel wat slaap in te halen.
Ik ga een waarschijnlijk hectische periode tegemoet dus kan het wel eens helpen uitgeslapen te zijn. Nu mag ik al weer naar bed met iets minder mg in mijn lijf. Ik ben er nog niet aan gewend of ik mag al afkicken. Zo gaat het snel! Joepie!
Ik kan dit wel. Dat moet ik tegen mezelf blijven zeggen. Ik kan dit wel! Ik ben best sterk. Ik ben gevoelig ja, heel erg, maar dat wil niet zeggen dat die gevoelens mij zwak maken. Nee. Ze laten mij de dingen heel erg intens beleven en hoe hard ik dat soms ook vervloek, zo veel houd ik er op andere momenten van. Ze maken me sterk. Ik ben op mijn hoede, ik hou mijn vuisten gebald.
Hoewel de eerste dag vreselijk aanvoelde ben ik er toch slot maschinen maar weer door geraakt. Al mijn “geliefden” mogen het hebben. Als het me kon spijten dan speet het me enorm!
Maar het kan me niet spijten want dit is wie ik ben. En daar kan ik me niet voor verontschuldigen. Ik kan hooguit mijn best doen om die glimlach op mijn gezicht te zetten, en hem te menen. Ik doe m”n best om van de dingen te kunnen genieten. Van al die mensen die nu afzien met mij, inclusief mezelf. Ik doe mijn best om mijn vriendinnen opnieuw te kunnen vergezellen zonder bang te zijn. Hoewel ik eveneens weet dat ik me bij hen of voor hen niet moet schamen. Waarvoor ik hen trouwens allemaal heel erg dankbaar ben. Er zijn niet veel mensen die zo”n hechte vriendengroep hebben. Ze zijn een tweede familie. Een familie die je erbij neemt omdat je dat zelf wil. Een familie waar je, als je wil, het kan uitschreeuwen over je echte familie. “De meisjes”. Bedankt meisjes. Op dit moment, nadat ik al jullie lieve berichtjes en mailtjes nog eens gelezen heb, betekenen jullie nog meer voor mij dan normaal. Op dagen als deze is het allemaal voor jullie. Maar jullie zijn er wel allemaal voor mij.
Heel veel liefde! X